Verhaal: Bertha Tervloeren-Bruintjes

“Het is echt een probleem,” zei dokter Wiebelmans, toen Bertha de deur was uitgegaan. “Ze moet stoppen met chocolade en die soft drinks, want anders wordt het niets.”

“Had ze veel gaatjes dan?” vroeg ik argeloos, terwijl ik het afsprakenboek weglegde.

“Daar gaat het niet om,” antwoordde dokter Wiebelmans. “Ze moet afvallen. Dat moet echt direct gebeuren. Ze is veel te dik. Ze lijkt wel een nijlpaard en dat is niet goed voor haar gezondheid. Nou ja, ze moet het zelf maar weten. Eigen schuld, dikke bult.”

Hij schudde zijn hoofd en zei toen: “Stuur de volgende patiënt maar binnen.”

Ik knikte en drukte op de bel. Ik werkte nu tien jaar als receptioniste in de praktijk van tandarts Wiebelmans en had het er goed naar mijn zin. Maar soms vond ik dokter Wiebelmans wel wat ongevoelig, zoals hij over zijn patiënten praatte. Zoals nu bijvoorbeeld. Bertha kwam al in de praktijk sinds ik aan de receptie was begonnen te werken. Ik had altijd goed contact met haar. Maar dat ze veel te dik was, was zeker waar.

Buiten sloeg de torenklok twaalf keer.

Was het al twaalf uur? Dan mocht ik lunchpauze houden.

“Ben over een uurtje terug,” zei ik door de kier van de deur tegen dokter Wiebelmans en sloeg de buitendeur achter me dicht.

Buiten stond de zon hoog aan de hemel. Meestal ging ik naar het park met een broodje kaas en zat ik, als het weer dat toestond, met een spannend boek op een bankje aan de rand van de bosvijver.

Dat ging ik vandaag dus ook doen.

Maar toen ik in het park aankwam stopte ik verbaasd. Daar, op mijn favoriete plekje, zat Bertha. Ze keek moedeloos voor zich uit en de blauwe hemel scheen aan haar niet besteed.

“Hallo Bertha,” zei ik. “Is deze plaats vrij?”

Ze keek verbaasd op en maakte wat plaats. “Ja, natuurlijk,” stotterde ze.

Zo zaten we een paar minuten stilletjes naast elkaar. Bertha was duidelijk bedroefd.

“Had je veel gaatjes?” vroeg ik tenslotte.

“Nee,” zei ze zacht. “Vier maar.”

Ik moest glimlachen.

“Da’s best wel veel,” zei ik zo luchtig mogelijk. “Misschien moet je minder chocolade eten? Dokter Wiebelmans zegt dat je moet afvallen.”

“Ik weet het,” antwoordde Bertha moedeloos. “Zegt-ie elke keer weer. ‘Afvallen moet je Bertha… Afvallen.’” Ze imiteerde de lage stem van dokter Wiebelmans. “Maar die goede dokter Wiebelmans heeft er geen idee van hoe moeilijk dat is. Bovendien heb ik aanleg om dik te worden. Dat zit in mijn familie. Bij ons is iedereen dik.”

Ik keek naar Bertha. Ze had lieve ogen.

“Je hebt er geen idee van hoe graag ik eens een leuk jurkje zou willen dragen, of dat er eens een vreemde man naar me zou fluiten… Dat is toch niet verkeerd?”

Er kwam een musje aanscharrelen in de hoop dat ik wat van mijn broodje zou laten vallen.

“Als ik in de spiegel kijk wil ik iets anders zien,” ging ze verder. “Ik weet ook wel dat ik niet aantrekkelijk ben, maar van binnen ben ik heel anders. Maar niemand die het ziet.”

Wat moest ik daar nou op zeggen.

Aan de overkant van de vijver schuifelde een zwaargezette man voorbij. Hij keek even naar ons.

“Moet je hem zien,” zei Bertha opeens. “Die is misschien nog wel dikker dan ik.”

Dat was waar. Die moest ook hoognodig afvallen.

Opeens kwam hij onze kant op en toen hij vlakbij gekomen was zei hij met een stralende glimlach: “Goedemiddag dames. Wat een prachtige dag, nietwaar?”

“Ja,” zei Bertha.

“Ja,” zei ik ook maar.

“Heeft u er bezwaar tegen als ik er bij kom zitten?”

Daar is geen plaats voor, wilde ik schreeuwen, maar ik zei niets en schoof helemaal naar het puntje van de bank. Ik viel er haast af.

Maar Bertha scheen in haar sas en begon geanimeerd met de man te praten.

Ik pakte mijn boek maar en probeerde me te concentreren op mijn verhaal, maar ving zo nu en dan wat flarden op van de conversatie tussen Bertha en de dikke man.

Afvallen…Groepstherapie… Alleen kun je het niet…

Uiteindelijk werd het tijd voor me om terug te gaan naar mijn werk.

”Bertha,” zei ik, “ik moet er vandoor.”

“O,” zei Bertha opgewonden, “laat me je introduceren… Dit is Jack. Jack Tervloeren.”
“Hallo Jack Tervloeren,” zei ik, terwijl hij mijn hand schudde.

“Jack doet aan afvallen in groepsverband. Samen met tien anderen. Hij heeft me uitgenodigd voor een bijeenkomst vanavond…”

Jack glunderde.

“U mag ook komen, mevrouw. Niet dat u te dik bent hoor, maar gewoon voor de gezelligheid.”

“Nee hoor,” zei ik. “Ik heb al wat vanavond. Maar ik ben blij dat er zoiets bestaat.”

“Ja,” beaamde Bertha. “Ik ook.”

Ze straalde helemaal. Haar trieste bui was verdwenen als sneeuw voor de zon.

***

Een half jaar later was Bertha er weer.

“En,” zei ze, terwijl ze binnen fladderde. “Hoe zie ik er uit?”

Dokter Wiebelmans gaapte haar ongelovig aan. “Bertha Bruintjes… u bent afgevallen.”

“Ja zeker,” zei Bertha verheugd. “Dat ben ik inderdaad. Maar ik ben Bertha Bruintjes niet meer. Ik ben nu Bertha Tervloeren-Bruintjes.”

“O,” zeiden de dokter en ik in koor. “Wat fijn voor je.”

Dokter Wiebelmans opende de deur naar de behandelkamer en vroeg haar om alvast op de tandartsstoel te gaan liggen.

Toen fluisterde hij me zachtjes toe: “Heel bijzonder… en dan te bedenken dat ze zes maanden geleden nog op een nijlpaard leek…”

 

 

 

AndriesVerhaal: Bertha Tervloeren-Bruintjes

Leave a Comment